Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Opvolgingsonderzoek leningen en garanties

Laatste update: 29 oktober 2015

De rekenkamer deed in het oorspronkelijke onderzoek 6 aanbevelingen ter verbetering van het beheer en verstrekken van leningen en garanties. In dit opvolgingsonderzoek concludeert de rekenkamer dat alle aanbevelingen door het college zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn bij twee aandachtspunten aanvullende adviezen geformuleerd.

Welke aanbevelingen zijn er uitgevoerd?

Leg alle belangrijke nieuwe leningen en garanties voor aan de gemeenteraad:
volledig uitgevoerd

 De aanbeveling is volledig uitgevoerd. Alle nieuwe en alle materieel gewijzigde leningen en garanties worden voorgelegd aan de gemeenteraad voor het uiten van ‘wensen en bedenkingen’.

Bepaal welke informatie voor de gemeenteraad over het financieel risico van nieuwe leningen en garanties noodzakelijk is:
volledig uitgevoerd

De aanbeveling is volledig uitgevoerd. Het college heeft in het nieuwe leningen en garantiebeleid bepaald welke informatie over nieuwe of gewijzigde leningen en garanties aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd. Uit een globale beoordeling van 3 raadsvoordrachten die sinds het in werking treden van het nieuwe beleid zijn opgesteld, blijkt dat deze informatie ook daadwerkelijk wordt verstrekt.

Leg voor alle bestaande en nieuwe leningen en garanties vast welke dienst of stadsdeel verantwoordelijk is:
volledig uitgevoerd

De aanbeveling is volledig uitgevoerd. De gemeente heeft vastgelegd welke dienst of stadsdeel (sinds 1 januari 2015: RVE of bestuurscommissie) verantwoordelijk is voor het beheer van leningen en garanties.

Geef voorschriften voor het beheer van leningen en garanties:
volledig uitgevoerd

De aanbeveling is volledig uitgevoerd. In het nieuwe lening- en garantiebeleid van de gemeente zijn de diverse beheertaken beschreven en verdeeld over de betrokken gemeentelijke organisatieonderdelen.

Verbeter de informatie in de begroting en de jaarrekening over leningen en garanties:
volledig uitgevoerd

 De aanbeveling is volledig uitgevoerd. De informatie over de uitstaande leningen en garanties is sterk verbeterd. Met ingang van de jaarrekening 2011 en de begroting 2013 wordt een overzicht gegeven van alle uitstaande leningen en garanties groter dan € 1 miljoen. Ook wordt vanaf de jaarrekening 2013 voor elke opgenomen lening en garantie de risico-indicatie weergegeven.

Vraag het college om uitwerking van de spelregels:
volledig uitgevoerd

De aanbeveling is volledig uitgevoerd. Het college heeft de gemeenteraad actief betrokken bij het nieuwe lening- en garantie beleid. Een kanttekening hierbij is dat er geen formeel gevolg is gegeven aan de motie van de gemeenteraad om het beleid ten aanzien van nieuwe leningen en garanties van stadsdelen te wijzigen.

 

Wat zijn de aandachtspunten?

Aandachtspunt 1: Borging van het beheer bij RVE’s en bestuurscommissies

Tijdens dit onderzoek was het door de gemeentebrede reorganisatie nog niet duidelijk welke medewerkers verantwoordelijk zouden worden voor het beheer bij de RVE’s en Bestuurscommissies. Inmiddels is dat duidelijker geworden. Maar nog niet iedereen is vertrouwd met het beheer van leningen en garanties. Gezien het belang van goed beheer bij deze decentrale organisatieonderdelen adviseren wij nadrukkelijk te bewaken dat de continuïteit van het beheer niet lijdt onder personele en organisatorische wijzigingen.

Aandachtspunt 2: Achtervangposities WSW en WEW

De achtervangposities bij het WSW (omvang ultimo 2014: € 9,7 miljard) en het WEW (€ 2,9 miljard) zijn de meest omvangrijke garanties van de Amster­dam. Wij vinden het positief dat door de problemen bij Vestia, de gemeente zich meer bewust is geworden van de  risico’s van dit soort indirecte garanties. Het is lastig om de werkelijke omvang van deze garantstellingen en het daaruit voortvloeiende risico voor Amsterdam goed in te schatten omdat het risico gedragen worden samen met andere overheden. Amsterdam is in gesprek met andere gemeenten, VNG en het Rijk om hierbij tot een gezamenlijke aanpak te komen. Wij adviseren om deze inspanningen voort te zetten zodat het inzicht in de werkelijke risico’s verder wordt vergroot.