Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Opvolgingsonderzoek Zwemmen in De Baarsjes, Geuzenveld-Slotermeer en Zuideramstel

Laatste update: 2 april 2014

Uit dit opvolgingsonderzoek blijkt dat slechts een deel van de aanbevelingen door de dagelijks besturen is uitgevoerd. In stadsdeel Nieuw-West zijn 3 van de 6 aanbevelingen uitgevoerd en 3 gedeeltelijk, in stadsdeel West zijn 2 van de 5 aanbevelingen uitgevoerd, 2 gedeeltelijk en 1 niet, en in stadsdeel Zuid zijn 3 van de 6 aanbevelingen gedeeltelijk uitgevoerd en 3 niet. Bij de 2 zwembaden die door particulieren worden geëxploiteerd (het Sloterparkbad en SportPlaza Mercator) vraagt de rekenkamer daarom aandacht voor heldere afspraken met de exploitanten over het onderscheid tussen de maatschappelijke functie ( het zwembad) en de commerciële functies van de accommodatie en over de betrokkenheid van de moederorganisatie bij de continuïteit van het zwembad. Bij het De Mirandabad, dat door de gemeente wordt geëxploiteerd, blijft de rekenkamer van mening dat de doelmatigheid van de exploitatie de nodige aandacht vereist gezien het jaarlijks tekort van ongeveer €3,3 miljoen.

Het aanbrengen van een onderscheid tussen de maatschappelijke en de commerciële functies van een zwembad is volgens de rekenkamer nodig omdat dit een grondslag biedt voor het bepalen van de hoogte van de subsidie van de gemeente. Als de exploitant er niet in slaagt om uit zijn commerciële activiteiten een positief resultaat te behalen kan sprake zijn van zogenaamde kruissubsidiëring, waarbij de gemeente niet de maatschappe­lijke activiteiten in het zwembad subsidieert, maar de commerciële. Uit het onderzoek blijkt dat stadsdeel Nieuw-West de aanbeveling hierover grotendeels heeft uitgevoerd. In de huur- en exploitatieovereenkomst van het Sloterparkbad zijn hierover afspraken opgenomen. Het dagelijks bestuur van het toenmalige stadsdeel De Baarsjes heeft in 2010 al aangegeven dat het het onderscheid tussen maatschappelijke en commerciële activiteiten van het zwembad doelbewust niet had gemaakt. Het argument was dat de commerciële activiteiten financieel bij kunnen dragen aan de maatschappelijke activiteiten. Op grond van dit opvolgingsonderzoek komt de rekenkamer tot de conclusie dat aan de situatie weinig is veranderd. Het stadsdeel loopt daardoor het risico dat het onverwachts te maken kan krijgen met tegenvallers of andersom te weinig zicht heeft op het bereiken van het doel van het verstrekken van de exploitatiesubsidie, namelijk een bijdrage te leveren voor de maatschappelijke functie van het zwembad.

De afspraken over de bestemming van het bedrijfsresultaat zijn helder. Voor het Sloterparkbad is een regeling afgesproken waarbij het resultaat tot een bepaald bedrag (in dit geval €50.000) ten goede of ten laste komt van de exploitant. Als het resultaat hoger wordt, komt dit voor 50% ten goede of ten laste van het stadsdeel. Bij SportPlaza Mercator komen alle baten of tekorten terecht bij de exploitant. Het stadsdeel profiteert niet van goede resultaten, maar draagt ook geen risico.

De stadsdelen zijn er niet in geslaagd duidelijke afspraken te maken met de moederorganisatie over haar betrokkenheid bij de continuïteit van het zwembad in geval van (dreigend) faillissement. Vooral in het geval van stadsdeel West is dit relevant, omdat het stadsdeel zich garant heeft gesteld voor een bedrag van €10,1 miljoen voor de lening die Sportfondsen moest aangaan voor de bouw van het zwembad. Hierdoor ontstaat bij een dreigend exploitatietekort van SportPlaza Mercator de situatie dat een verhoging van de exploitatiebijdrage door het stadsdeel valt te verkiezen boven faillissement van de exploitant en overname van de exploitatie van het zwembad.

De rekenkamer was in 2010 van mening dat de exploitatie van het de Mirandabad door het stadsdeel op onderdelen bijzonder ondoelmatig was. Het dekkingspercentage (aandeel van de kosten, exclusief kapitaal- en huurlasten, dat werd gedekt door de baten, exclusief exploitatie­subsidie) van het De Mirandabad kwam uit op 37,5%. Daarmee lag het exploitatieresultaat ver onder de landelijke norm (die ligt tussen 80% en 90%). Op grond van het opvolgingsonderzoek constateert de rekenkamer dat het dekkingspercentage in 2012 43% was. Er is dus sprake van een kleine verbetering. Maar gezien het grote jaarlijkse tekort vraagt de exploitatie ook in komende jaren de nodige aandacht. De rekenkamer is ongerust over de houding van het stadsdeel dat zegt geen behoefte te hebben aan specifieke doelstellingen voor het zwembad en dat zich niet wil bemoeien met de inhoudelijke programmering van het De Mirandabad.