Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Trage voortgang bij snelle verbindingen: een onderzoek naar de aanleg van glasvezel in Amsterdam

Laatste update: 16 september 2015

Wat zijn de conclusies van het onderzoek?

Over de deelname in het glasvezelbedrijf GNA is vooraf goed nagedacht en het publiek belang is helder, maar de uitwerking van het beleid vertoont gaten en de controle door het college op de uitvoering is onvoldoende. Daarnaast wordt het beoogd aantal te realiseren aansluitingen bij lange na niet gehaald en is de raad zowel over de voortgang van de uitvoering als de (tussentijdse) resultaten niet goed geïnformeerd. Wij zien als mogelijke verklaring hiervoor de inhoudelijke, bestuurlijke én juridische complexiteit van het aanleggen van glasvezel. Deze complexiteit viel samen met een te beperkte bestuurlijke en politieke betrokkenheid, waar­door een relatief kleine groep ambtenaren tamelijk autonoom en zonder voldoende checks & balances haar werk deed.

Welke aanbevelingen doet de rekenkamer?

Onze bevindingen, conclusies en analyse hebben geleid tot een zevental aanbevelingen die gericht zijn op kaderstelling (1-4), de uitvoering en transparantie van het project (5-6) en de informatievoorziening (7).

  1. Leg een aantal uitgangspunten vast voor kaderstelling in een complexe context. Besteed daarbij aandacht aan het omgaan met onzekere factoren, het creëren van ruimte voor wendbaarheid en de noodzaak van een exit strategie.
  2. Leg een aantal uitgangspunten vast voor samenwerking met derden in een PPS- constructie en besteed daarbij expliciet aandacht aan de wijze waarop publieke middelen publiek kunnen worden verantwoord.
  3. Evalueer het huidige glasvezelbeleid en stel een nieuwe strategie vast waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende onzekere factoren en betrek daarin een exit strategie.
  4. Houd het glasvezelproject op de politieke agenda en volg alert de ontwikkelingen in het dossier.
  5. Breng de verschillende verantwoordelijkheden en rollen in het glasvezelproject in lijn met de voorschriften uit de beleidsnota.
  6. Breng de huidige constructie (inclusief de keuzes en afwegingen die hier aan ten grondslag lagen) helder in kaart en zorg dat deze kennis behouden blijft.
  7. Verbeter de informatievoorziening aan de raad.

Hoe heeft het college van B&W op de aanbevelingen gereageerd?

Het college van B&W heeft aangegeven alle aanbevelingen uit te willen voeren en is op sommige punten al actief bezig om veranderingen aan te brengen. Daarnaast heeft het college aangegeven dat er aanbevelingen betrokken zullen worden in het nieuwe deelnemingenbeleid waar het college momenteel aan werkt.

Wat was de aanleiding van het onderzoek?

De participatie van de gemeente Amsterdam in GNA is klein te noemen in verge­lijking met andere verbonden partijen waar zij in deelneemt. Zij bezit namelijk slechts 15% van het aandelenkapitaal (€ 6 miljoen). De beoogde maatschappelijke doelen en de beperkte ervaring met grootstedelijk aanleg van glasvezel maken het project echter complex en ambitieus. Dit was voor ons aanleiding om te onderzoeken of het project op koers ligt en of er meer algemene lessen zijn te trekken over het deelnemingenbeleid dat Amsterdam voert.

Wat was het doel van het onderzoek?

De rekenkamer is in dit onderzoek nagegaan in hoeverre het beleid voor de aanleg van glasvezel weloverwogen is ontwikkeld en in hoeverre dit beleid doeltreffend is.

Wij hebben daarvoor antwoord gezocht op de volgende vier onderzoeksvragen:

  1. In hoeverre heeft de gemeente haar beleid voor de aanleg van glasvezel goed overwogen?
  2. In hoeverre bewaakt de gemeente op adequate wijze de uitvoering?
  3. Heeft het college de gemeenteraad zodanig geïnformeerd, dat hij zijn controlerende taak naar behoren heeft kunnen uitvoeren?
  4. In hoeverre zijn de beoogde doelen behaald?

Wat is de rol van de gemeente Amsterdam bij de aanleg van glasvezel?

De gemeente Amsterdam wil de gehele stad zo snel mogelijk voorzien van een fijnmazig glasvezelnet met zo min mogelijk gemeentelijke middelen. Daarom is de gemeente in 2009 een samenwerkingsverband aangegaan met verschillende private partijen. De gemeente is aan­deelhouder in het gezamenlijke bedrijf dat de aanleg realiseert. De gemeente wilde met haar deelname zoveel mogelijk voorkomen dat glasvezel alleen in de relatief welvarende wijken wordt aangelegd en minder draag­krachtige wijken bij de aanleg achterblijven. De gemeente had ook tot doel om het netwerk open te stellen voor meerdere concur­rerende partijen. De gemeentelijke betrokkenheid is beperkt tot de aanleg van de passieve laag: realisatie van de zogeheten homes passed. Het aantal homes passed betreft het aantal aangesloten verblijfseenheden op het glasvezelnet (tot in de meterkast of centrale verdeelkast) waar de verbinding nog niet is afgemonteerd en een abonnement en activering van de lijn nog niet aan de orde is.