Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Verkenning gemeentelijke reserves

Laatste update: 5 november 2012

In het kader van het financieel beleid beschikt de gemeente over reserves en voorzieningen. Een reserve is feitelijk een afspraak om het geld te reserveren voor een bepaald doel. Op grond van het budgetrecht beslist de raad over de reserves. Aangezien sommige reserves vaak een lange looptijd kennen, is het niet zeker of alle reserves nog wel besteed (zullen) worden aan het doel waarvoor ze oorspronkelijk zijn ingesteld. Daarnaast doet zich de vraag voor of het voor de gemeenteraad duidelijk is op welke reserves zij invloed kunnen uitoefenen. De afgelopen jaren zijn er regelmatig moties ingediend waaruit blijkt dat de raad een beter inzicht zou willen krijgen in de reserves.

Aan de hand van de jaarrekeningen van de gemeente Amsterdam over de jaren 2006 tot en met 2011 hebben we een verkenning uitgevoerd naar de reserves om te beoordelen of nader onderzoek naar het beheer en de verantwoording van reserves nuttig zou kunnen zijn. De conclusie is dat nader onderzoek inderdaad nuttig is. Voor een goede beoordeling van het feitelijke beheer van de reserves is het noodzakelijk om ook de achterliggende administraties en procedures te onderzoeken. In de onderzoeks­programma’s voor de komende jaren zal steeds een specifieke reserve worden geselecteerd voor nader onderzoek. In bijlage 3 van het onderzoeks­rapport is een voorbeeld te vinden van een mogelijk normenkader voor deze casestudies.

De verkenning zelf levert ook al inzichten op die relevant zijn voor de gemeente­raad. Daarom heeft de rekenkamer ook een rekenkamerbrief geschreven. De rekenkamer concludeert dat de huidige informatie­voorziening op onderdelen leemten vertoont. Deze leemten bestaan uit het geheel of gedeeltelijk ontbreken van informatie over individuele reserves met betrekking tot het doel, de bestedingen en de maximale omvang. Ook wordt er geen informatie verstrekt over de mogelijke vrije ruimte binnen reserves. In de brief zijn naar aanleiding van deze conclusies vier aanbevelingen opgenomen, de reactie van het college op de aanbevelingen en ons nawoord.