Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Het regelen van dereguleren

Laatste update: 27 augustus 2015

Wat zijn de conclusies van het onderzoek?

Wij concluderen dat de uitgangspunten voor dereguleren nog niet zijn vastgesteld door het college en de raad. Een belangrijk uitgangspunt van het in ontwikkeling zijnde beleid voor dereguleren is dat het niet alleen gericht is op het verminderen van regels, maar ook de dienstverlening aan ondernemers en burgers wil verbeteren. Positief is dat daarbij gedacht wordt aan meerdere acties die zich richten op vier verschillende pijlers. Om window-dressing te voorkomen en dereguleren daadwerkelijk te laten plaatsvinden is het nodig om uitgangspunten in het beleid beter te benoemen, de samenwerking integraal en helder te houden en een betere afweging te maken of nieuwe regels echt nodig zijn. Een echte doorbraak kan alleen plaatsvinden als dereguleren ook goed geregeld wordt en de uitgangspunten van te voren helder zijn voor iedereen.

Welke aanbevelingen doet de rekenkamer?

1.    Expliciteer de beleidsredenering in het definitieve actieplan door:
a)    de achterliggende gedachte te verwoorden en een bijpassend centraal begrip te gebruiken;
b)    handvaten te ontwikkelen voor de monitoring;
c)    raad te informeren over de resultaten van de aanpak ‘minder regel¬druk’.
2.    Continueer de integrale samenwerking binnen de ambtelijke lijnorganisatie en zorg voor permanente aandacht.
3.    Houdt als raad voor ogen of nieuwe regels echt de oplossing zijn voor een probleem.

Hoe heeft het college van B&W op de aanbevelingen gereageerd?

Het college geeft aan de aanbevelingen en conclusies zeer op prijs te stellen en te willen benutten voor een nieuwe voortgangsrapportage over minder regeldruk, die in het vierde kwartaal van 2015 verschijnt. Twee van de drie aanbevelingen waren gericht op het college van B &W. Uit de bestuurlijke reactie maken wij op dat het college zeker de tweede aanbeveling overneemt en grotendeels de eerste aanbeveling overneemt. Het is niet duidelijk in hoeverre het college in de voortgangsrapportage ook helder gaat aangeven wat de beleidsredenering achter de ingezette acties is. Daarom adviseren we de gemeenteraad om aan het college te vragen om niet alleen de voortgang maar ook een heldere onderbouwing van de acties op te nemen.

Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

De afgelopen jaren is een tendens zichtbaar dat de gemeente de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van burgers stimuleren en tegelijkertijd hun uitvoering efficiënter en klantgerichter willen maken. Dereguleren past bij deze ontwikkelingen en heeft ook de belangstelling van de Amsterdamse gemeenteraad. De raad agendeerde tijdens de totstandkoming van ons onderzoeksprogramma 2015 het onderwerp dereguleren op de groslijst van te onderzoeken onderwerpen. De rekenkamer voerde daarom in de maanden april en mei 2015 een verkenning naar het onderwerp dereguleren uit. De uitkomsten van de verkenning zijn voor ons aanleiding om deze met u te delen in de vorm van dit onderzoek.

Wat was het doel van het onderzoek?

In dit onderzoek is de rekenkamer nagegaan in hoeverre de gemeente Amsterdam heldere uitgangspunten in het beleid voor dereguleren formuleert. Daarvoor hebben we een antwoord gezocht op de volgende vragen:

  1. Wat wordt er verstaan onder dereguleren en welke doelen dient het?
  2. Hoe wordt dereguleren gemeten?
  3. Wat wil de gemeente Amsterdam doen aan dereguleren?

Wat is dereguleren?

Onder het begrip ‘dereguleren‘ verstaan we het verminderen van officiële regelingen, wetten en bemoeienissen van overheidswege. Burgers en bedrijven hebben vaak niet zozeer moeite met de hoeveelheid regels, als wel met de manier waarop die worden toegepast en worden ervaren door burgers. Daarom omvat dereguleren vaak ook administratieve lastenverlichting in plaats van alleen het snoeien van regels. Binnen de gemeente Amsterdam wordt meestal gesproken over ‘minder regeldruk’.

Waarom schreef de rekenkamer een reactie op het Programma Minder regeldruk?

Op 12 november besprak de raadscommissie Algemene Zaken onze rekenkamerbrief Het regelen van dereguleren. De wethouder zegde toe in het eerste kwartaal van 2016 met een plan en voortgangsrapportage voor minder regeldruk te komen waarin de aanbevelingen van de rekenkamer worden meegenomen. Op verzoek van de raadscommissie heeft de rekenkamer gereageerd op het Programma Minder regeldruk. Het is niet onze gewoonte om ons te bemoeien met de implementatie van onze aanbevelingen. Dat maakt het namelijk lastig om later bij het opvolgingsonderzoek met een onafhankelijke blik te kijken. De brief moet dan ook gezien worden als extra uitleg van onze eerdere aanbevelingen aan de hand van het Programma Minder regeldruk.

Wij zien in het programma grotendeels de gedachtegang van onze eerste twee aanbevelingen terug. Dat is positief. We constateren echter ook dat de beleidsredenering nog niet optimaal is. Het programma bestaat uit een lange opsomming van acties en doelstellingen. De relatie tussen acties en doelstelling wordt alleen benoemd en niet uitgelegd; dat kan transparanter en  informatiever. We hebben in onze reactie ook onze zorg geuit over de regievoering. Veel acties zijn namelijk bij gemeentelijke onderdelen al onder een andere noemer in gang gezet. Door raadsleden werden ook vragen gesteld over de kwaliteit van de beleidsredenering en de mate van regievoering. Het Programma Minder regeldruk is samen met de reactie van de rekenkamer geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 30 maart 2016.