Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Mantelzorgondersteuning

Laatste update: 7 juli 2016

Wat was de aanleiding?

Met de verkenning Vernieuwing van het sociaal domein (september 2013) heeft de rekenkamer de veranderingen in het sociaal domein, de invulling van de gemeente Amsterdam en de mogelijke risico’s in kaart gebracht. Er is toen besloten om de voorbereiding en invoering van de drie decentralisaties te monitoren. Dit onderzoek maakt daarvan onderdeel uit.

Vanwege de decentralisatie van zorg is per 2015 een herziene Wmo van kracht geworden. Daarin moeten burgers meer zelf of met behulp van hun sociale netwerk oplossingen zoeken. De verwachting is dat het aantal mantelzorgers evenals de zwaarte van de mantelzorg zal stijgen. Daarom is in de Wmo 2015 de positie van de mantelzorger eveneens steviger verankerd. Daarnaast is de gemeentelijke taak om mantelzorgers te ondersteunen nauwkeuriger omschreven en uitgebreid. Binnen dit kader herziet Amsterdam momenteel de gemeentelijke mantelzorg­ondersteuning.

Wat was het doel van het rekenkameronderzoek?

Het doel van het onderzoek is het leveren van een bijdrage aan het vergroten van de effectiviteit van de mantelzorgondersteuning in Amsterdam door het bieden van hand­vatten om het mantelzorgbeleid te verbeteren. Onderzocht is of het gemeentelijke mantelzorgbeleid goed is vormgegeven en er voldoende inzicht is in geleverde prestaties, resultaten en effecten. Daarnaast is een verkenning gedaan naar mogelijkheden om meer grip te krijgen op de effecten van mantelzorgondersteuning.

Wat zijn de conclusies van het onderzoek?

Sinds de invoering van de Wmo zet Amsterdam zich in om een goed ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers te organiseren. De inzet van de gemeente is echter versnipperd, mede door de keuze om mantelzorgondersteuning integraal onderdeel te laten zijn van het sociaal domein en doordat de centrale stad en stadsdelen eigen taken hebben. Ondanks dat er reeds verbeteringen zijn ingezet, ontbreekt het aan richting en overzicht. De doelen zijn niet helder geformuleerd, het is lastig om greep te houden op de ingezette activiteiten en met name het beschikbare budget van de stadsdelen is onvoldoende transparant. Tevens bestaat er geen stadsbreed inzicht in geleverde prestaties en resultaten, zodat een oordeel over de effectiviteit van het gehele mantelzorgbeleid alleen mogelijk is op grond van een vierjaarlijkse steekproef. Tenslotte bestaan er aanwijzingen dat het ingezette beleidsinstrumentarium niet altijd aansluit op de behoeften van mantelzorgers zelf. Datzelfde geldt voor de wens om het beleidsinstrumentarium grotendeels gebiedsgericht en door generalistische professionals uit te laten voeren. De diversiteit onder mantelzorgers is groot en passende ondersteuning vergt maatwerk.

Welke aanbevelingen doet de rekenkamer?

  1. Zorg voor meer overzicht door middel van een specifiek beleidsstuk rondom mantelzorgondersteuning
  2. Concretiseer de visie op de inzet van het eigen netwerk, scherp aansluitend het doel van de mantelzorgondersteuning aan en zorg voor passende instrumenten
  3. Zorg ervoor dat de activiteiten aansluiten op de behoeften van de mantelzorger; stel daarbij ook de eigen organisatorische werkwijzen ter discussie en rapporteer de resultaten aan de gemeenteraad
  4. Geef mantelzorgers keuzevrijheid en biedt hen een goed overzicht van het (gemeentelijke) ondersteuningsaanbod
  5. Zorg voor meer vergelijkbare verantwoordingsinformatie.

Hoe heeft het college B&W op de aanbevelingen gereageerd?

Het college van B&W wijst in zijn reactie vooral op de voordelen die integraal en gebiedsgericht werken heeft. Het wil zich richten op ontwikkelingen en wijzigingen toepassen in de praktijk. Het acht een beleidsdocument daarom niet nodig en de omvang van de doelgroep mantelzorgers moeilijk aan te geven. Wel wil het college in het aanbod voor mantelzorgers meer maatwerk bieden, zorgen voor een stadsbreed overzicht van activiteiten en voor meer vergelijkbare verantwoordingsinformatie. In een uitgebreid nawoord wijst de rekenkamer er op dat integraal en gebiedsgericht werken voor haar een gegeven is, maar dat we een aantal problemen bespreekbaar willen maken, die – blijkens de reactie – ook door het college worden gedeeld. 

Wat waren de uitkomsten van de eerdere verkenning (juli-oktober 2014)?

In de periode juli- oktober 2014 heeft de rekenkamer reeds een verkenning uitgevoerd naar de wijze waarop de gemeente Amsterdam de wettelijke taak van mantelzorgondersteuning had ingericht en wat er de komst van de Wmo 2015 daarin zou gaan veranderen. Er zijn toen gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van raadsfracties, uitvoerende organisaties, expertisecentra en belangenorganisaties. Daaruit kwamen de volgende vijf signalen naar voren:

  • Het is ingewikkeld om kennis te verkrijgen over mantelzorgers
  • Gesprekpartners plaatsen kanttekeningen bij het huidige mantelzorgbeleid
  • Het toenemende beroep op mantelzorgers wordt wisselend ontvangen
  • Gevolgen van het nieuwe zorgstelsel zijn onzeker, ook voor mantelzorgers
  • Betwijfeld wordt of professionals voldoende zijn toegerust om de inzet te beoordelen en mantelzorgers voldoende te ondersteunen

Deze signalen wilden wij tijdig met de raad delen, zodat zij betrokken konden worden bij de behandeling van de nieuwe Wmo-verordening in november 2014. Dat heeft geleid tot een tussentijdse rekenkamerbrief in oktober 2014 (zie bijlagen rechts).