Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad
  • Weesp

Riolering in Zaanstad

Laatste update: 24 juli 2012

De gemeentelijke riolering kost veel geld en vooral de rioolinvesteringen zijn een grote kostenpost. In 2011 bedroegen de rioolinvesteringen € 16,2 miljoen of ruim 28% van de totale gemeentelijke investeringen. De exploitatielasten 2011 bedroegen € 14,6 miljoen. Vooral door de kapitaallasten stijgen de exploitatielasten ieder jaar.
Op grond van de Wijzigingswet gemeentelijke watertaken 2008 heeft de gemeente de plicht om voor eind 2012 een verbreed gemeentelijke rioleringsplan vast te stellen. In het nieuwe rioleringsbeleid zal naast de zorgplicht voor rioolafvalwater, ook de doelstellingen en uitgangspunten voor het lozen van afvloeiend hemelwater en het grondwater moeten worden geregeld. Nieuw daarbij is dat helder moet worden aangegeven hoe de zorgtaken van de gemeenten zich gaan verhouden tot die van de burger. De verschillende opties hebben ieder hun eigen financiële consequenties, zowel voor de burger als voor de gemeente.

Beleid
Het huidige beleid ten aanzien van de riolering is vastgelegd in het tweede Gemeentelijke rioleringsplan 2001-2005. De ondergrondse van Zaanstad (GRP II).
Het GRP II uit 2001 is tot de dag van vandaag nog steeds het geldende beleidskader. Hoewel de doelen helder zijn geformuleerd, zijn deze niet altijd concreet uitgewerkt in kwantitatieve maatstaven en nulmetingen. In het GRP II ontbreken de streefwaarden voor doelrealisering voor de tussenliggende jaren. Verder zijn in 2004, 2006 en 2009 onderzoeken uitgevoerd met het oog op aanpassing van het beleid en het maatregelenpakket zonder dat dit heeft geleid tot een integrale aanpassing van het GRP II.

De in de planning opgenomen maatregelen uit het GRP II zijn niet gebaseerd op gegevens over de kosteneffectiviteit, omdat deze gegevens in 2001 ontbraken. Ook toen in 2004 werd besloten dat de basisinspanning pas in 2014 gerealiseerd behoefde te worden en er dus meer tijd was, is niet gekeken naar de kosteneffectiviteit. Het voldoen aan de basisinspanning betekent dat de gemeente de vuiluitstoot via riooloverstorten terugbrengt tot een door het rijk vastgelegd aanvaardbaar niveau. Belangrijke beleidskeuzes zoals de keuze tussen bergbezinkbassins en gescheiden rioolstelsels om de lozing op oppervlaktewater te verminderen, zijn tot op heden vanuit kostenoogpunt onvoldoende onderbouwd. Wel zijn door de gemeente in 2011 enkele maatregelen tijdelijk uitgesteld omdat de gemeente eerst meer inzicht wil verkrijgen in de effecten van de genomen maatregelen. Voor het nemen van goede kosteneffectieve investeringsbeslissingen is het noodzakelijk dat de gegevens in het rioolbeheer¬bestand van de gemeente in voldoende mate nauwkeurig en juist zijn. Hieraan wordt gewerkt.

Kosten en uitvoering
De rioleringskosten in de jaren 2009, 2010 en 2011 hebben we nader onderzocht. In al deze jaren is de rioleringstaak in nagenoeg alle gevallen binnen de door de raad beschikbare budgetten uitgevoerd. De rekenkamer constateerde echter dat eventuele grote overschrijdingen bij rioleringswerken echter eenvoudig budgettair-technisch kunnen worden opgelost. De ambtelijke organisatie heeft namelijk ruime bevoegdheden om investeringskredieten bij te stellen en investeringsprojecten uit te stellen. Vier investeringsprojecten van boven één miljoen euro lieten in de jaren 2009 tot en met 2011 gezamenlijk een budgetstijging zien van ruim 20, maar dit heeft door aanpassingen in de planning niet geleid tot een overschrijding van het kredietplafond. De rekenkamer vindt de ruime ambtelijke bevoegdheden op gespannen voet staan met het budgetrecht van de raad en vindt daarnaast de ambtelijke procedures bij het gebruik van die bevoegdheden onvoldoende transparant.

Doeltreffendheid en doelmatigheid
In 2011 heeft de gemeente de doelstellingen uit het GRP II nog niet gerealiseerd. Eén van de belangrijkste effectdoelstellingen, het voldoen aan de basisinspanning, is volgens een rapport van DHV uit 2009 voor 81% gerealiseerd. In de oorspronkelijke planning zouden alle maatregelen uiterlijk in 2010 moeten zijn ingevoerd. Dat is echter in 2004 verder uitgesteld tot 2014. Formeel hoeft de gemeente momenteel dus ook nog niet alle doelstellingen te hebben gerealiseerd. Het verdient echter niet de schoonheidsprijs om gebrek aan doeltreffendheid te voorkomen door de realisatiedatum van maatregelen steeds verder op te schuiven.

De gemeente mist belangrijke informatie om te waarborgen dat zij doelmatig werkt. Dat betekent dat ook wij niet kunnen aantonen dat er doelmatigheid of ondoelmatig wordt gewerkt. Er zijn echter wel risico’s aan te wijzen. Zo worden de interne doorberekende kosten voor onderhoudswerkzaamheden niet periodiek getoetst op marktconformiteit en zijn belangrijke beleidsbeslissingen niet onderbouwd door een analyse van de kosteneffectiviteit van verschillende opties.

Bestuurlijke informatievoorziening
De raad krijgt nauwelijks meer informatie over de uitvoering van rioleringstaak dan de formele informatie uit de Planning en Controle cyclus. Gegevens over de voortgang en de realisatie van geplande maatschappelijke effecten, worden slechts beperkt verstrekt. De raad wordt ook onvoldoende geïnformeerd over omvangrijke financiële wijzigingen op projectniveau en mist daardoor mogelijkheden om het beleid te beoordelen en eventueel bij te sturen.

Op basis van de bevindingen heeft de rekenkamer acht aanbevelingen voor de gemeente geformuleerd. Hiervan hebben er drie aanbevelingen betrekking op het verbeteren van het beleid, drie op het verbeteren van de bedrijfsvoering en twee op het verbeteren van de informatievoorziening aan de raad.

Het college heeft in de bestuurlijke reactie aangegeven de aanbevelingen ter harte te nemen en op basis van de aanbevelingen de noodzakelijke maatregelen te nemen om tot verdere verbeteringen te komen. De rekenkamer concludeert evenwel dat het college niet alle aanbevelingen onverkort heeft overgenomen en geeft in hoofdstuk 4 per aanbeveling een inhoudelijke reactie.