Rekenkamer Metropool Amsterdam
  • Amsterdam
  • Zaanstad

Nieuws

2018

In het kader van ons lopende onderzoek naar Project 1012 brengen wij een tussentijdse rapportage uit. Deze tussentijdse rapportage bevat de uitkomsten van ons onderzoek naar de realisatie van de activiteiten die behoren tot de verantwoordelijkheid van Project 1012 en de ontwikkeling van aandachtsfuncties in het postcodegebied 1012. Hiermee beschrijven we het feitelijk verloop van Project 1012.

Op hoofdlijnen constateren wij dat een groot deel van de activiteiten die met Project 1012 waren voorgenomen, zijn uitgevoerd. Daarbij komt het wel regelmatig voor dat de scope of inhoud van activiteiten zijn gewijzigd. Ook is vrijwel altijd sprake van een latere afronding dan gepland zodat de sluiting van ramen, de sleutelprojecten en de herinrichting van de openbare ruimte op dit moment, nu Project 1012 op zijn eind loopt, nog niet zijn afgerond. De sluiting van de coffeeshops is wel volgens plan gerealiseerd. De transformatie van de overige aandachtsfuncties is binnen het tijdsbestek van 10 jaar tot slot niet echt van de grond gekomen.

De tussentijdse rapportage beslaat echter slechts een deel van ons onderzoek naar Project 1012 en gaat niet in op, onder meer, de gerealiseerde effecten ten aanzien van de economische ontwikkeling en de criminele infrastructuur van het postcodegebied 1012. De tussentijdse rapportage bevat daarom geen eindconclusie over de doeltreffendheid van Project 1012 en geen aanbevelingen. Wij verwachten in mei 2018 te rapporteren over ons volledige onderzoek waarbij wij ook een eindconclusie zullen trekken en aanbevelingen doen.

De raadscommissie Wonen had tijdens de vergadering van 17 januari uitgebreid aandacht voor ons publieksonderzoek Evenwichtig Woningaanbod. Een van de aanbevelingen van de rekenkamer is om na te denken over welke stad Amsterdam wil zijn. Het realiseren van woningen voor iedereen is immers niet haalbaar: de woningvoorraad en het aanbod van woningen zijn beperkt, en de vraag naar woningen is groot.

Voor deze discussie werd tijdens de behandeling al een voorzet gegeven. Deze discussie zal ook een belangrijk thema zijn bij de aankomende verkiezingsdebatten. Tijdens de vergadering had de commissie verder aandacht voor de doorstroming in de woningvoorraad, het realiseren van woningen voor ouderen, het aanpassen van de rijksregelgeving door een lobby in Den Haag en mogelijkheden voor een vergunningplicht voor beleggers.

Kijk hier de vergadering terug, agendapunt 13. Op 14 februari 2018 zal de gemeenteraad een besluit nemen over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer.

 

 

 

 

 

Benieuwd welke onderzoeken de rekenkamer het komende jaar van plan is uit te voeren? Bekijk dan het onderzoeksprogramma 2018 voor Amsterdam en voor Zaanstad.

2017

De overlast in de stad varieert sterk. Het kan daarbij gaan om verkeerd geplaatst afval of overlast van bezoekers, maar bijvoorbeeld ook om parkeeroverlast, geluidsoverlast, ongedierte of overlast door hangjongeren. Daarnaast verschilt de overlast per straat, buurt, wijk en stadsdeel. In het publieksonderzoek gaan we het optreden van de gemeente onderzoeken rond enkele specifieke vormen van overlast en in specifieke gebieden in de stad. Na een korte verkenning zullen we hierin een keuze maken. In het onderzoek zullen we in ieder geval nagaan hoe goed de gemeente in beeld heeft waar de overlast is en waar die het ergst is. Daarnaast zullen we bekijken hoe de handhaving op overlast (re)ageert en welke resultaten worden bereikt. Het publieksonderzoek is een jaarlijks terugkerend onderzoek en wordt gekozen door het burgerpanel van de rekenkamer.

Op 6 december bespraken de leden van de commissie Werk en Economie met de wethouder het rapport Armoedebeleid en de impact op kinderen. Na een uitgebreid inhoudelijk debat liet de wethouder weten nog met een nadere reactie te komen. Afgelopen vrijdag 15 december stuurde de wethouder een brief aan de commissie. Uit deze brief blijkt dat het college de heroverweging van de bezuiniging op de Scholierenvergoeding wil betrekken bij de bespreking van de raming armoedemiddelen 2018. Daarnaast geeft het college in de brief aan ook de regiefunctie binnen het armoedebeleid te willen versterken en komt het nog met een voorstel waarin een en ander wordt uitgewerkt. Ten slotte komt het college in opvolging van een van onze aanbevelingen met een voorstel voor nader onderzoek naar de PC-regeling. De aanvullende reactie van het college in de brief van 15 december 2017 is in lijn met de aanbevelingen uit het rapport Armoedebeleid en de impact op kinderen. Woensdag 20 december 2017 wordt het rapport nog uitgebreid in de gemeenteraad besproken.

Op 15 december 2017 publiceert de rekenkamer het Opvolgingsonderzoek Proceskosten grondexploitaties. In dit opvolgingsonderzoek gingen we na of het college de aanbevelingen uit ons rapport van januari 2014 heeft uitgevoerd. We concluderen dat drie aanbevelingen volledig zijn uitgevoerd, een aanbeveling gedeeltelijk is uitgevoerd en een aanbeveling nog in uitvoering is. De rekenkamer geeft de rekenkamerbrief nog zes aandachtspunten voor verdere verbetering. De raadscommissie Ruimtelijke Ordening zal naar verwachting het rapport op 17 januari 2018 behandelen.

De rekenkamer presenteerde 14 december het publieksonderzoek 2017 Evenwichtig woningaanbod in Pakhuis de Zwijger. Volgens de rekenkamer slaagt de gemeente er – ondanks de inzet van vele maatregelen – niet in om het woningaanbod in Amsterdam evenwichtiger te maken. Om een evenwichtiger woningaanbod in Amsterdam te realiseren zijn onconventionele oplossingen nodig. De rekenkamer wil bij uitzondering landelijke kaders op de agenda zetten en vraagt het college een discussienota op te stellen waarin staat welke bewoners in Amsterdam moeten kunnen wonen en hoe de gemeente die kan realiseren, via regulering of marktwerking  en meer of minder sturing op de bevolkingssamenstelling. Deskundigen, professionals en inwoners van Amsterdam gingen met elkaar in debat rondom deze problematiek. Aan bod kwamen de knelpunten van de middeninkomens op de woningmarkt en de vraag welke stad Amsterdam zou willen zijn.

De opname van de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger is hier te bekijken:


Bron: Pakhuis de Zwijger, 14 december 2017

Op 14 december 2017 is het rapport Evenwichtig woningaanbod gepubliceerd. In Pakhuis de Zwijger presenteert directeur Jan de Ridder de uitkomsten van het Publieksonderzoek 2017 aan Amsterdamse raadsleden, wethouder Laurens Ivens en aan burgers. In dit onderzoek concludeert de rekenkamer dat de Amsterdamse woningmarkt niet in evenwicht is. Er is onvoldoende woningaanbod dat past bij de vraag en enkele groepen huishoudens hebben daar meer last van dan andere. Veel van de 65 door ons geïnventariseerde instrumenten worden door de gemeente gebruikt. We constateren dat de gemeentelijke overheid zich inspant om de problemen op te lossen maar dat dit nog onvoldoende resultaat heeft.

In onze aanbevelingen gaan we in op een aantal maatregelen die kunnen worden aangescherpt en uitgebreid, maar bovenal benadrukken we de noodzaak een principiële discussie te voeren over marktwerking, het al dan niet afschermen van de woningmarkt en het sturen op de bevolkingssamenstelling. Die discussie is nodig omdat het huidige uitgangspunt dat Amsterdam er voor iedereen is, een bijna onoplosbaar probleem creëert. Onze laatste aanbeveling richt zich dan ook op het bedenken van onconventionele oplossingen die niet passen in het wettelijk kader of het huidige gemeentelijk beleid. Anders lijkt het bereiken van meer evenwicht op de woningmarkt nauwelijks haalbaar. Het college van B&W neemt alle aanbevelingen over en onderschrijft daarbij ook ons pleidooi voor een fundamenteel debat over de stad die Amsterdam wil zijn. Het rapport wordt op 17 januari 2018 besproken in de raadscommissie Wonen.

Op 14 december heeft de Rekenkamer Amsterdam het rapport Wachten op opvang gepubliceerd. In dit onderzoek concludeert de rekenkamer dat het college van B en W zich inspant om maatschappelijke opvang en beschermd wonen te bieden. In 2016 werden ruim 3.500 mensen opgevangen. Toch is het voor daklozen en mensen met een psychiatrische problematiek niet eenvoudig om in Amsterdam een opvangplaats te krijgen die past bij hun situatie. Het toegangsproces is complex en door gebrek aan opvangplaatsen moeten zij gemiddeld een jaar wachten. Verandert hun situatie op enig moment nadat ze geplaatst zijn, dan worden cliënten opnieuw op een wachtlijst gezet. Het college heeft geen zicht op de effectiviteit van de ondersteuning en door het vele wachten en de tekortschietende ondersteuning wordt de zorg nodeloos duur en kunnen mensen hun situatie niet verbeteren. Onze aanbevelingen zijn onder meer gericht op het verbeteren van de ondersteuning aan dak- en thuislozen door hun positie te versterken, eerder hulpverlening en opvang te bieden en de keten en de informatievoorziening te verbeteren. Het college neemt deze aanbevelingen over. Op 18 januari 2018 wordt het rapport besproken in de commissie Zorg en Sport.

Op 5 december 2017 bracht de Kinderombudsman haar rapport Alle kinderen kansrijk uit. Eén van de aanbevelingen in het rapport is gericht op het verkleinen van de armoedeval. De Kinderombudsman beveelt aan om bij kindregelingen een glijdende inkomensschaal tot ten minste 140% van het WSM te hanteren. Uit het rapport blijkt dat deze werkwijze al in enkele gemeenten wordt toegepast. De aanbeveling van de Kinderombudsman ligt in het verlengde van ons advies uit eerdere onderzoeken: Armoedebeleid in Amsterdam (2010) en tweede Opvolgingsonderzoek Armoedebeleid in Amsterdam (2016). In beide rapporten adviseren we het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om onderzoek te doen naar mogelijkheden om de armoedeval te verkleinen. Tot op heden is er in Amsterdam door het college echter nog geen gevolg aan dit advies gegeven.

In de vergadering van de raadscommissie Werk en Economie van 6 december 2017 is ons onderzoek naar het Armoedebeleid en de impact op kinderen uitvoerig besproken. De discussie ging vooral over de regie op het armoedebeleid, de bezuiniging op de scholierenvergoeding, de adequaatheid van de pc-regeling en over de vraag in hoeverre de extra €23 miljoen per jaar uit het coalitieakkoord nu bedoeld was voor intensivering of compensatie. De wethouder deed in de vergadering een aantal toezeggingen. De wethouder zal inzichtelijk maken hoe het college de knelpunten genoemd in ons onderzoek heeft aangepakt. Verder zal hij aan de gemeenteraad melden welke aanpassingen het college van plan is door te voeren naar aanleiding van de discussie over ons onderzoek en hoe de coördinatie op het terrein van het armoedebeleid is en zal worden vormgegeven. Daarnaast wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de opzet van een nader onderzoek naar de pc-regeling van de gemeente Amsterdam. Kijk hier de vergadering terug, vanaf agendapunt 11.

Jaarlijks doet de rekenkamer een onderzoek naar een onderwerp dat door de burger is gekozen. In 2017 was dat het woningaanbod in Amsterdam. De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre het woningaanbod evenwichtig is, door te analyseren welke groepen inwoners de grootste problemen ervaren bij het vinden van een woning. Daarnaast keek de rekenkamer naar de mogelijkheden die de gemeente heeft of zou moeten creëren om de problemen voor deze groepen te verminderen. Op 14 december 2017 presenteert de rekenkamer de resultaten van dit onderzoek tijdens een debatavond in Pakhuis de Zwijger. U bent van harte welkom. Meer informatie is te vinden via deze link.

De rekenkamer maakt voor de periode 2008 – 2017 de ontwikkeling van het aantal raambordelen, coffeeshops, winkels, restaurants en andere functies zichtbaar via een interactieve kaart van de gebieden rondom de Oude Kerk en de Damstraat. De ontwikkeling kan per pand met onder andere foto’s worden gevolgd. Het publiek kan via een enquête de ontwikkelingen beoordelen en hun mening geven. Deze kaart wordt gepubliceerd als onderdeel van het lopende onderzoek naar de gemeentelijke aanpak van het oude centrum van Amsterdam dat onder meer bestaat uit de Wallen.

Op 7 november heeft de Rekenkamer Amsterdam het rapport Armoedebeleid en de impact op kinderen gepubliceerd. In dit onderzoek concludeert de rekenkamer dat er positieve effecten van de kindregelingen op kinderen zijn. De Scholierenvergoeding in combinatie met de Stadspas laat een positief effect zien op de schoolprestaties van leerlingen. Kritisch zijn we op de PC-regeling en rond diplomazwemmen zien we enkele knelpunten. Verder constateren we dat de financiële intensivering van €23 miljoen maar in beperkte mate doorwerkt in de portemonnee van minima zelf. In 2015 hebben minima er €4 miljoen bij gekregen ten opzichte van 2014 en in 2016 €12 miljoen. Daar zijn verschillende verklaringen voor, maar door gebrek aan regie en overzicht was men zich hier onvoldoende van bewust. Naar aanleiding van het onderzoek doen we zeven aanbevelingen. Drie zijn gericht op het vergroten van de impact, drie op het verbeteren van de grip op het armoedebeleid en één op het meten van effecten bij grote beleidsveranderingen. Het college neemt vijf van de zeven aanbevelingen over. Op 6 december 2017 wordt het rapport besproken in de commissie Werk en Economie.

Afgelopen donderdag (5 oktober 2017) werd het rapport Grip op samenwerkingsverbanden Een onderzoek naar de Zaanse samenwerkingsverbanden besproken in het Zaanstad Beraad. De aanwezige raadsleden spraken hun bezorgdheid uit over de informatievoorziening over de Zaanse samenwerkingsverbanden. Zij zien dan ook graag dat deze spoedig wordt verbeterd. Het advies van de rekenkamer om het college te laten komen met een concrete uitwerking van de aanbevelingen werd unaniem door de raadsleden gedeeld. Het college beloofde nog voor het einde van jaar te komen met een raadsinformatiebrief met daarin een eigen evaluatie en een plan van aanpak voor de uitvoering van de aanbevelingen. Raadsleden waren ook enthousiast over de nieuwe digitale rapportagewijze van de rekenkamer.

Op 28 september 2017 heeft de Rekenkamer Zaanstad het rapport Grip op samenwerkingsverbanden: Een onderzoek naar de Zaanse samenwerkingsverbanden gepubliceerd. Wij concluderen dat het Zaanse college de raad op voldoende wijze ondersteunt en de raad overwegend grip heeft op samenwerkingen. Het kan echter beter. Er wordt nog niet gebruik gemaakt van alle mogelijkheden. Naar aanleiding van deze bevindingen zijn vier aanbevelingen voor het college en drie aanbevelingen voor de raad geformuleerd.

Voor de publicatie van het rapport heeft de Rekenkamer Zaanstad voor het eerst gebruik gemaakt van een miniwebsite. In een tijd waarin iedereen linkjes deelt en op verschillende schermformaten ‘in een browser’ leest, willen wij experimenteren met een nieuwe vorm voor het rapporteren over de uitkomsten van ons onderzoek. Het grote voordeel van deze vorm is het leesgemak: de vormgeving is gemaakt voor mobiele telefoons, tablets en grotere beeldschermen. In het nieuwe ontwerp hebben we een structuur en vorm gevonden waarmee de lezer door de resultaten kan ‘scannen’ en de voor hem of haar relevante informatie kan vinden. Het is daarvoor niet per se nodig om het rapport van A tot Z te lezen, terwijl dat natuurlijk wel gewoon mogelijk blijft.

Op 20 september is het rapport Recreatieschap Spaarnwoude openbaar geworden:een gezamenlijk onderzoek naar het functioneren van dit recreatieschap door de rekenkamer(commissie)s van de participerende gemeenten Amsterdam, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer en Velsen en de provincie Noord-Holland.

Uit het onderzoek, dat onder leiding van de Randstedelijke Rekenkamer (Provincie Noord-Holland) is uitgevoerd, komt naar voren dat het recreatieschap – ondanks ingezette beheersmaatregelen – kampt met een aantal problemen, waarvan de financiële dekking op de lange termijn de voornaamste vormt. Belangrijkste aanbeveling aan het Algemeen Bestuur is het opstellen van een door alle participanten gedragen lange termijn visie, waarin een integrale afweging wordt gemaakt tussen natuur en recreatie en rekening wordt gehouden met het gewenste niveau van beheer en onderhoud. Vervolgens dient te worden vastgesteld op welke wijze de hiermee gepaard gaande exploitatiekosten en investeringen structureel gefinancierd worden. Vanwege hun kaderstellende rol is het van belang dat ook de achterliggende gemeenteraden en provinciale staten nauw betrokken worden bij deze strategische keuzes.

Het volledige rapport is hier te lezen.

Op 24 augustus heeft de Rekenkamer Amsterdam de onderzoeksopzet Duurzame Warmtevoorziening met behulp van  warmtenetten gepubliceerd. De rekenkamer gaat onderzoek uitvoeren naar het beleid ten aanzien van de verduurzaming van de warmtevoorziening met behulp van warmtenetten in Amsterdam. De resultaten van het onderzoek zullen naar verwachting in april 2018 worden gepubliceerd.

 

Op 23 juni 2017 heeft de Rekenkamer Amsterdam de Onderzoeksopzet opvang dak- en thuislozen gepubliceerd. De rekenkamer gaat de toegang tot maatschappelijke opvang en beschermd wonen en de toegang tot opvang van dak- en thuisloze jongeren onderzoeken. Daarnaast onderzoekt de rekenkamer van deze drie opvangketens of er belemmeringen zijn om in te stromen, door te stromen of uit te stromen en in hoeverre het gemeentebestuur in staat is deze belemmeringen weg te nemen. De resultaten van het onderzoek worden naar verwachting eind 2017 gepubliceerd.

Op 1 juni 2017 heeft de Rekenkamer Amsterdam het rapport Subsidies bewonersondersteuning en belangenbehartiging gepubliceerd. De rekenkamer concludeert dat de doeltreffende besteding van de subsidies door de gemeente wordt geborgd, maar dat er nog onvoldoende zicht is op de doelmatigheid. In het rapport is er ook aandacht voor de door de gemeente verlangde veranderingen bij de uitvoerende instellingen. Voor een doeltreffende en doelmatige inzet van subsidiemiddelen is het belangrijk dat die instellingen goed met elkaar samenwerken. Na alle veranderingen is dat nog niet gerealiseerd. Op basis van de bevindingen doet de rekenkamer 6 aanbevelingen. Het rapport wordt op 21 juni besproken in de raadscommissie Wonen.

Op woensdag 10 mei 2017 is de rekenkamerbrief Begrotingscyclus bestuurscommissies uitgebreid besproken in vergadering van de gemeenteraad. De onderzoeksresultaten werden tegelijk behandeld met de brief van bestuurscommissie Nieuw-West  en de brief van bestuurscommissie Zuidoost. In de brieven geven zij aan de door ons gesignaleerde knelpunten te delen en het college aanraden om de voorgestelde verbeteringen over te nemen. Tijdens de vergadering is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de bestuurscommissies meer middelen te geven waar zij flexibel over kunnen beschikken. Het college heeft toegezegd om bij de uitwerking van bestuurlijk stelsel de rapportage van de rekenkamer en de inhoud van de motie mee te nemen.

Zowel in de raadcommissie Financiën van 19 april als de raadsvergadering van 10 mei is het onderzoek Inhuur met beleid uitvoerig besproken. De raadsleden uitten hun zorgen over de wijze waarop ze geïnformeerd werden over de omvang en aard van de externe inhuur. Ook was er verbazing over de resultaten van de beleidsanalyse van de rekenkamer. Deze typeerde het huidige inhuurbeleid als onvolkomen, complex en warrig. Hoewel er binnen de raad verschillende visies en oplossingsvoorkeuren zijn, is de raad eensgezind om de aanbevelingen op te laten volgen en externe inhuur voortaan de aandacht te geven die het verdient.
De wethouder zegde toe om voor de zomerreces 2017 met een plan van aanpak te komen voor externe inhuur. Op basis hiervan kunnen de raadsleden onderling het politieke gesprek met elkaar aangaan en gezamenlijk zoeken naar een breed gedragen visie op inhuur.

Voor de publicatie van het rapport Zicht op de financiële positie heeft de rekenkamer voor het eerst gebruik gemaakt van een miniwebsite. In een tijd waarin iedereen linkjes deelt en op verschillende schermformaten ‘in een browser’ leest, willen wij experimenteren met een nieuwe vorm voor het rapporteren over de uitkomsten van ons onderzoek. Het grote voordeel van deze vorm is het leesgemak: de vormgeving is gemaakt voor mobiele telefoons, tablets en grotere beeldschermen. In het nieuwe ontwerp hebben we een structuur en vorm gevonden waarmee de lezer door de resultaten kan ‘scannen’ en de voor hem of haar relevante informatie kan vinden. Het is daarvoor niet per se nodig om het rapport van A tot Z te lezen, terwijl dat natuurlijk wel gewoon mogelijk blijft.

Op 19 april 2017 heeft de rekenkamer Amsterdam het rapport Zicht op de financiële positie gepubliceerd. De rekenkamer constateert in dit onderzoek dat het –ondanks de ingezette verbeteringen– nog erg moeilijk is om snel en compact een samenhangend beeld van de financiële positie van de gemeente Amsterdam te verkrijgen. De aanbevelingen richten zich op het verbeteren van de informatie in de jaarstukken over de financiële positie. Dit vereist een analytische aanpak waarin systematisch en transparant met een samenhangend geheel aan kengetallen de financiële positie wordt beschreven en toegelicht. Het rapport wordt op 23 mei besproken in de raadscommissie Financiën.

De heer Van Osselaer heeft namens de fractie van D66 de rekenkamer vijf vragen gesteld naar aanleiding van het onderzoek Canonherziening einde tijdvak – gemeentelijke aanbiedingen onderzocht (2012). In dit onderzoek gingen wij in op het verschil tussen de grondwaarde en de jaarlijkse canon zoals die door de gemeente zijn vastgesteld en zoals die door de drie deskundigen zijn vastgesteld. De rekenkamer heeft deze vijf vragen aan de hand van een grafische analyse beantwoord. Daarnaast hebben we de onderzoeksdata openbaar gemaakt.

Op donderdag 30 maart sprak de raadscommissie Financiën  vrij uitgebreid over de rekenkamerbrief Begrotingscyclus bestuurscommissies.

Er was vooral aandacht voor het knelpunt van de beperkte flexibiliteit bij bestuurscommissies. In de huidige situatie wordt pas laat duidelijk over hoeveel budget de bestuurscommissies kunnen beschikken. Het budget sluit niet aan op de taken en problemen in een gebied: het budget staat vast ongeacht de groei en de opgave waar een gebied voor staat. Bovendien beschikken bestuurscommissies steeds over minder eigen middelen waardoor ze niet snel kunnen reageren op vragen vanuit het gebied. Diverse partijen vroegen de wethouder de suggesties van de rekenkamer voor een stelpost of een apart begrotingsprogramma gebiedsgericht werken te betrekken bij de verdere uitwerking van het bestuurlijk stelsel. Ook werd positief gereageerd door zowel raad als wethouder op het idee om 1 keer per jaar de verantwoording van de gebiedsplannen in een speciale vergadering van de gemeenteraad vast te stellen waaraan ook vertegenwoordigers van de bestuurscommissies (of adviescommissies) deelnemen. Op verzoek van GroenLinks en de PvdA is besloten om de uitkomsten van het rekenkameronderzoek te agenderen voor de vergadering van de gemeenteraad op 10 mei 2017.

Uit het onderzoek Inhuur met beleid blijkt dat de kosten van externe inhuur jaarlijks stijgen. In 2015 bedroegen deze € 218,6 miljoen en in 2016 naar schatting € 237,4 miljoen. Vanaf 2013 neemt de informatiewaarde van de begroting en de jaarrekening over externe inhuur af, om in 2015 op een dieptepunt te belanden. Raadsleden worden onvoldoende geïnformeerd over de kosten, omvang en samenstelling van de externe inhuur, de relevante ontwikkelingen en de mate van effectiviteit van externe inhuur. Het onderzoek geeft inzicht waarom het vraagstuk over externe inhuur zo complex is en waarom adequaat beleid en goede informatievoorziening ontbreken. De rekenkamer formuleert vijf aanbevelingen. Het college neemt deze over, maar wijst het advies om de sturing op externe inhuur als risicovol project aan te merken af.

Maandag 27 maart meldde wethouder Litjens in een brief aan de gemeenteraad dat de stationsrenovaties van de Oostlijn een forse vertraging van 8 maanden oplopen ten opzichte van de oorspronkelijke planning van 2 jaar. Bij de aanpak van deze vertraging en de daarbij verwachte kostenoverschrijding benut het college de lessen die de rekenkamer in 2014 trok aan de hand van het verloop van het project vluchtwegmaatregelen in het rapport
Renovatie Oostlijn. Lessen uit een complex en problematisch project.

Het tweede opvolgingsonderzoek Armoedebeleid in Amsterdam wordt aangehaald in het afgelopen week verschenen SER-rapport Opgroeien zonder Armoede. In dit rapport bespreekt de SER oorzaken van armoede onder kinderen en gebruikt daarbij de conclusies en aanbevelingen uit het opvolgingsonderzoek van de rekenkamer.

In lijn met onze herhaalde aanbeveling concludeert de SER onder andere dat voor inkomensondersteunende maatregelen de mogelijkheid tot werken met een glijdende schaal, in plaats van harde inkomensgrenzen, onderzocht moet worden. Op die manier ontstaat er ruimte voor maatwerk en worden deze maatregelen minder een kwestie van alles of niets.

Momenteel doet de rekenkamer op verzoek van de raad onderzoek naar de impact van het Amsterdamse armoedebeleid. Dit onderzoek zal naar verwachting eind 2017 gepubliceerd worden.

Op 2 maart 2017 is de rekenkamerbrief Begrotingscyclus bestuurscommissies openbaar geworden. In deze inventarisatie is onderzocht welke serieuze knelpunten de 7 bestuurscommissies ervaren bij de nieuwe manier van geld ontvangen, uitgeven en verantwoorden. De raadscommissie Algemene Zaken spreekt op 23 maart 2017 over dit onderzoek.

Aanstaande zondag besteedt Reporter Radio aandacht aan ons onderzoek voor de gemeente Amsterdam naar de labelstappensubsidie gericht op het energiezuiniger maken van woningen (Amsterdams klimaatbeleid: de effectiviteit van het subsidiëren van labelstappen) en aan het onderzoek naar energiebesparende maatregelen in corporatiewoningen. Dat tweede onderzoek was een vervolg op het eerste en hebben we uitgevoerd op verzoek van de gemeenteraad. In de radio-uitzending van zondag (radio 1 om 19.00; klik hier), zal er aandacht worden besteed aan het feit dat de labelsystematiek voor de energiezuinigheid van huizen tekortschiet als instrument voor de overheid om te sturen op een belangrijke doelstelling van het klimaatbeleid: het energiezuinig maken van de woningvoorraad.

2016

Op 21 december 2016 stond het tweede opvolgingsonderzoek van de rekenkamer over het armoedebeleid in Amsterdam op de agenda van de gemeenteraad. De gemeenteraad besloot het college te vragen aandacht te geven aan de twee aandachtspunten uit de rekenkamerbrief:
1. Geef prioriteit aan het in beeld krijgen van de uitvoeringskosten en stel normen op
2. Zorg voor transparante en consistente informatie over de armoedeval en verken mogelijkheden om deze tegen te gaan.
Op 7 december 2016 behandelde de raadscommissie Werk en Economie deze twee aandachtspunten al uitgebreid. De behandeling maakte duidelijk dat de raadscommissie belang hecht aan duidelijkheid rondom de armoedeval. Ook het in beeld krijgen van de uitvoeringskosten van de verschillende inkomensvoorzieningen vindt de raadscommissie belangrijk.

De rekenkamer heeft het onderzoeksprogramma 2017 voor Amsterdam en voor Zaanstad vastgesteld. Dank aan een ieder die daar een bijdrage aan heeft geleverd.

De rekenkamer heeft voor het onderzoek Drukte en leefbaarheid in de stad verschillende relevante ontwikkelingen samengebracht op één interactieve pagina: Ontwikkelingen drukte en leefbaarheid.

Op 20 december heeft de rekenkamer in bijzijn van haar burgerpanel het onderzoek Drukte en leefbaarheid in de stad gepubliceerd. Met het onderzoek heeft de rekenkamer onderzocht of het college en de bestuurscommissies voldoende doen om de balans tussen leefbaarheid en toegenomen drukte in de stad te bewaken. De rekenkamer constateert toenemende drukte en nog onvoldoende concrete aanpak. De rekenkamer formuleert zeven aanbevelingen. Het college neemt alle aanbevelingen over.

In het bijzijn van ons burgerpanel is op dinsdag 20 december bekend gemaakt dat “Evenwichtig woningaanbod” het publieksonderzoek van 2017 zal worden. Het Amsterdamse rekenkamerpanel heeft dit onderwerp gekozen uit vier mogelijke thema’s. Deze waren Veiligheidsbeleving, Recreatief groen, Huishoudelijke hulp en Evenwichtig woningaanbod.

Interessante en leuke bijeenkomst met ons burgerpanel. Discussiëren over het publieksonderzoek Drukte en leefbaarheid in de stad.

Op 15 december 2016 publiceert de rekenkamer het opvolgingsonderzoek Uitvoering van de Wet WOZ in Amsterdam. In dit opvolgingsonderzoek gingen we na of het college de aanbevelingen uit het onderzoek uit 2012 naar de uitvoering van de Wet WOZ heeft uitgevoerd. We concluderen dat vijf aanbevelingen zijn uitgevoerd, een aanbeveling gedeeltelijk is uitgevoerd en dat twee aanbevelingen niet zijn uitgevoerd.

De rekenkamer geeft in de rekenkamerbrief nog drie aandachtspunten voor verdere verbetering. De raadscommissie Financiën zal naar verwachting het rapport op 19 januari 2017 behandelen.

De afgelopen weken stonden twee opvolgingsonderzoeken van de rekenkamer op de agenda van de Amsterdamse gemeenteraad: het opvolgingsonderzoek Aansturing welzijnsinstellingen en het opvolgingsonderzoek Toezicht op de voorscholen.

Op 24 november 2016 wilde de raadscommissie Zorg en Sport vooral meer duidelijkheid over de tegenstrijdige wensen van zowel concurrentie als samenwerking tussen welzijnsinstellingen. Hoewel de wethouder deze spanning niet herkent, deelt hij wel de mening dat meerjarige contracten kunnen bijdragen aan partnerschap tussen instellingen. Op 8 december 2016 gaf de raadscommissie Jeugd en Cultuur aan vooral te hechten aan onafhankelijkheid en transparantie van het toezicht op de Amsterdamse eisen voor voorscholen. Ook werd de suggestie van de raad om meer toezicht te doen via auditcommissies omarmd door de wethouder. De raad stemde bij beide opvolgingsonderzoeken in met de voordracht en vraagt daarmee het college om de aandachtspunten uit de opvolgingsonderzoeken uit te voeren.

De rekenkamer laat vanavond in het Zaans Beraad zien op welke manier met behulp van de zogenaamde methode Duisenberg door raadsleden inzicht kan worden gekregen in de jaarstukken. Tijdens deze presentatie worden voorbeelden gegeven van cijfermatige analyses  en vragen die deze analyses kunnen oproepen.

De Rekenkamer Amsterdam publiceerde in mei 2010 het rapport Armoedebeleid in Amsterdam met daarin 10 aanbevelingen. In 2016 voerde de rekenkamer een tweede opvolgingsonderzoek naar de opvolging van de aanbevelingen uit.. Het  is een vervolg op ons eerste opvolgingsonderzoek dat we in 2014 publiceerden. Uit het tweede opvolgingsonderzoek Armoedebeleid in Amsterdam blijkt dat het college inmiddels vijf van de tien aanbevelingen volledig, twee gedeeltelijk en drie niet  heeft uitgevoerd. Verder vragen we aandacht voor betere informatie over de armoedeval  en beter zicht  op de uitvoeringskosten.

Op 3 november heeft de rekenkamer het Opvolgingsonderzoek Aansturing welzijnsinstellingen gepubliceerd. Vanwege de sterk gewijzigde context is een oordeel over de mate waarin de aanbevelingen uit het onderzoek van 2012 zijn uitgevoerd weinig zinvol. Verschillende oude hardnekkige knelpunten spelen echter nog steeds en de gewijzigde context heeft ook nieuwe knelpunten meegebracht. Er is aanbevolen om bij de verdere verbetering van de aansturing van welzijnhttps://www.rekenkamer.amsterdam.nl/onderzoek/opvolgingsonderzoek-aansturing-welzijnsinstellingen/swerk aandacht te besteden aan deze knelpunten. De raads­commissie Zorg en Sport zal het rapport op 24 november 2016 behandelen.

 

Op 27 oktober 2016 heeft de rekenkamer het opvolgingsonderzoek Toezicht op de voorscholen gepubliceerd. In dit opvolgingsonderzoek is nagegaan of het college van burgemeester en wethouders de aanbevelingen heeft uitgevoerd uit het achterliggende onderzoek uit 2012, naar de efficiëntie van het gemeentelijk toezicht op de voorscholen.

Dat bleek bij twee van de vijf aanbevelingen het geval te zijn. De andere drie zijn gedeeltelijk uitgevoerd. De rekenkamer geeft in dit rapport nog aandachtspunten mee voor verdere verbetering. De raadscommissie Jeugd en Cultuur zal het rapport op 8 december 2016 behandelen.

Bij het rapport Zicht op de financiële positie is een financieel instrumentenpaneel bijgevoegd. De rekenkamer heeft dat ontwikkeld om snel en eenvoudig de Zaanse financiële positie te kunnen volgen. Dit instrumentenpaneel raakt alle relevante invalshoeken voor de financiële positie en maakt de ontwikkelingen op hoofdlijnen in één oogopslag zichtbaar.

Op 29 september publiceert de rekenkamer het rapport Zicht op de financiële positie -Een onderzoek naar de informatiewaarde van de jaarstukken van Zaanstad. Wij concluderen dat Zaanstad zich al geruime tijd inspant om financiële informatie toegankelijk te maken voor een breder publiek. Desondanks is het nog moeilijk om snel een compact en samenhangend beeld van de financiële positie van Zaanstad te verkrijgen.
Wij bevelen aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van financiële informatie te verbeteren via samenhangend en goed uitlegbare kengetallen. Daarnaast adviseert de rekenkamer om die informatie in één handzaam overzicht te presenteren. Tot slot lijkt het de rekenkamer zinnig om in overleg de informatie vergelijkbaar te maken met andere gemeenten. Het college omarmt onze aanbevelingen en zal bij de jaarstukken 2016 de eerste stappen effectueren.

 

Op 14 september stonden drie rapporten van de rekenkamer op de gemeenteraadsagenda: Reserves economie, Mantelzorgondersteuning en het opvolgingsonderzoek Luchtkwaliteit in Amsterdam. De raad stemde bij alle drie de rapporten unaniem in met de voordracht en vraagt daarmee het college om de elf aanbevelingen uit te voeren en aandacht te geven aan de drie aandachtspunten.

De gemeenteraad wilde bij het luchtkwaliteitsonderzoek meer duidelijkheid over de uitvoering van de aandachtspunten. Daarom werd een amendement aangenomen waarin de raad het college opdraagt de drie aandachtspunten van de rekenkamer onverkort en integraal over te nemen.

Bij het onderzoek Reserves Economie nam de gemeenteraad een motie aan om het college extra te bewegen om de gemeenteraad meer inzicht te geven op de vrij besteedbare ruimte binnen de reserves.

De gemeenteraad benadrukte bij mantelzorgondersteuning dat de mantelzorgers op een eenvoudige en overzichtelijke manier het totale aanbod van de gemeente aan mantelzorgondersteuning moeten kunnen vinden. De betrokken wethouders hebben aangeven aan de slag te gaan.

Op 15 juli publiceert de rekenkamer het rapport Reserves Economie. Wij constateren dat de gemeente Amsterdam zich inspant om de transparantie omtrent de reserves te vergroten. Toch ziet de rekenkamer nog noodzaak en mogelijkheden om de informatie in begroting en jaarrekening en de informatie aan de gemeenteraad te verbeteren. Daarnaast adviseert de rekenkamer het college om duidelijker aan te geven waarom een reserve moet worden ingesteld en bij bestaande reserves de vrije ruimte inzichtelijk te maken. Het onderzoek zal na het zomerreces behandeld worden in de raadscommissie Financiën.

Op 7 juli 2016 heeft de rekenkamer het rapport Mantelzorgondersteuning gepubliceerd. Wij zien dat de gemeente Amsterdam zich inzet om een goed ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers te organiseren. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn gericht op het creëren van meer richting en overzicht. Daarnaast wijzen we op de aansluiting van de gekozen beleidsinstrumenten en wijzen van uitvoering op de behoeften van (verschillende soorten) mantelzorgers. Het onderzoek wordt op 8 september besproken in de raadscommissie Zorg & Sport.

Op 29 juni 2016 werd in de raadscommissie WE kort gesproken over de nieuwe Uitvoeringsnotitie Deelnemingenbeleid van de gemeente.Raadsleden gaven aan blij te zijn dat in de notitie aanbevelingen uit de drie rekenkameronderzoeken naar Glasvezel, AEB en Parkeerbeheer zijn verwerkt.Wel werd de wethouder gevraagd om een aanscherping van het protocol voor het informeren van de raad door het college voor de besluitvorming voor het oprichten, beheren of afstoten van deelnemingen.

De rekenkamer heeft op 29 juni het opvolgingsonderzoek Luchtkwaliteit in Amsterdam aan de voorzitter van de raadscommissie Infrastructuur en Duurzaamheid aangeboden. Hierin concluderen wij dat de luchtkwaliteit in de stad over de afgelopen jaren is verbeterd, maar dat de gemeente (nog steeds) niet overal in de stad voldoet aan de wettelijk norm voor NO2. We hebben ook geconstateerd dat het college onze aanbevelingen uit 2011 nog niet geheel heeft uitgevoerd. Ons inziens zijn deze toch nog steeds belangrijk. Een integrale afweging van (maatschappelijke) kosten en effecten van luchtkwaliteitsmaatregelen blijft nodig. Bovendien raden wij het college aan de voortgangsrapportage aan de gemeenteraad te verbeteren.